Leerlingvolgsysteem
Het volgen van de ontwikkeling van de kinderen.
In de onderbouw worden de vorderingen van de kleuters bijgehouden met behulp van een uitgebreid leerlingvolgsysteem, deels gekoppeld aan de methode. Op tal van ontwikkelingsgebieden wordt het kind gevolgd door middel van observaties, onderzoeken en CITO-toetsen (zie ook het CITO-leerlingvolgsysteem).
De leerkrachten gebruiken deze gegevens bij de oudergesprekken. Deze vinden drie keer per jaar plaats in de vorm van 10-minutengesprekken en gaan over de ontwikkeling van uw kind.
Het CITO-leerlingvolgsysteem.
De school maakt gebruik van een landelijk genormeerd leerlingvolgsysteem, ontwikkeld door het Centraal Instituut voor Toets Ontwikkeling. Op deze wijze krijgen wij zicht op de resultaten van de individuele leerling, de groep en de school ten opzichte van alle leerlingen, groepen en scholen in Nederland, ongeacht de aanpak en de gebruikte onderwijsmethoden of de visie van de school.
Algemene kenmerken van CITO-toetsen:
landelijke normering
afname in vastgestelde perioden
methodeonafhankelijk
E (laagste niveau)- t/m A (hoogste niveau)-score
meet ontwikkelingsniveau over een langere periode
Alle leerlingen maken in twee CITO-toetsperioden (januari/februari en mei/juni) CITO-toetsen voor rekenen, spelling en lezen. Deze toetsgegevens worden bewaard in een geautomatiseerd leerlingvolgsysteem en worden bij de tien minutengesprekken met de ouders besproken.




